En dan belandt (schoon)moeder in de Oerthe
Een nieuwe internationale promotiecampagne moet De échte Ardennen weer op de kaart zetten. Wij waren er onlangs voor een weekeinde. Veel te kort natuurlijk om te raften, mountainbiken, klimmen, grotten, boogschieten, tokkelen. Bij de Amsterdamse buitensportorganisatie PBN denken ze daar anders over.
Dat het geen lanterfantweekeinde zou worden, maakte de vooraf toegezonden paklijst al duidelijk. Een kleine bloemlezing uit de ietwat intimiderende e-mail: 'sportieve, soepel zittende kleding waarin lekker kan worden bewogen, voldoende extra kleding, kleding die vies mag worden en tegen een stootje kan, sportieve schoenen of bergschoenen, totaal drie paar is geen overbodige luxe, zaklamp+batterijen, kleding die nat en erg vies mag worden, een regenpak, ideaal voor het grotten is een overall, oude schoenen of laarzen, complete set extra kleren voor na het grotten, zwemkleding, wetsuit, oude gympen of surfschoenen...'
Alsof ik ben ingescheept bij de mietjes van Unicorn, ehh...de bikkels van Taskforce Uruzgan.
Het is inderdaad een bijna exotische omgeving, maar daarvoor hoeft slechts drieëneenhalf uur te worden gereden. Het vakantiegevoel wordt versterkt door de plezierige Belgische vrouwenstem die ons probleemloos navigeert over de kronkelige en weggetjes, naar ons eindpunt Barvaux sur Ourthe, niet ver van de Luxemburgse grens.
De stapelbedden in de eenvoudige bungalows vergroten de vakantiepret: jeugdkamp revisited.
Volgens minister Benoît Lütgen zijn we hier in de ware Ardennen. Onlangs presenteerde hij de brochure ‘de echte Ardennen’. Dat was nodig omdat er sprake was van een heuse wildgroei; vrijwel in heel Wallonië gebruikte men de naam Ardennen. “Het werd voor toeristen onduidelijk waar de échte Ardennen liggen,” zei Lütgen.
Het Parool is te gast tijdens een enerzijds normaal (we volgen het programma dat elke PBN-klant krijgt), maar aan de andere kant ook bijzonder weekeinde.
Ik ben namelijk in gezelschap van zo'n zeventig vrienden en familieleden van PBN-instructeurs. Zij zijn uitgenodigd een weekeinde langs te komen op Adventure Hill, de thuisbasis van PBN.
Vermoeidheid van een lange werkweek is duidelijk af te lezen van de gezichten van de deelnemers. En bij sommigen toch ook een lichte vrees voor wat ons te wachten staat. Alle sterke verhalen die de PBN'ers thuis en in de kroeg hebben verteld zullen we de komende dagen lijfelijk ondergaan. Dit wordt serieus buitensporten.
Er wordt de eerste avond dus niet doorgezakt; uit de stapelbedden luidt al vroeg een meerstemmig gesnurk op.
De PBN’ers zijn de volgende ochtend alweer vroeg in touw. Eerste activiteit: raften op de rivier. We zijn met twee boten en hebben het geluk dat het water van de bescheiden Ourthe heel hoog staat: een vereiste om hier te kunnen raften.
Een kolkende watermassa met witte schuimkoppen is de Ourthe bepaald niet, maar de stroming is sterk, de watervallen niet geheel ongevaarlijk en de watertemperatuur een luttele 3 graden Celsius. De zwemvesten en uitgebreide instructie op het droge (hoe bijvoorbeeld te handelen als iemand overboord slaat) blijken overigens ook geen overbodige luxe.
Ondanks de aanwijzingen van de ervaren stuurman (‘links: dubbele snelheid!, rechterkant: volle kracht achteruit!’) is het in het begin nog onwennig om met zeven personen het bootje door het midden van de rivier te manoeuvreren. We moeten geregeld bukken voor overhangende takken en ons stuurloze bootje komt soms volledig tot stilstand in het ondiepe water nabij de wal.
Gaandeweg ontdekken we dat we niet helemaal overgeleverd zijn aan de stroming. Door goed samen te werken en de aanwijzingen van de stuurman op te volgen kun je de koers nauwkeurig bepalen.
Juist als de familie en vrienden denken het raften wel onder de knie te hebben, slaat Iwan de (verschrikkelijke) PBN-instructeur toe. Hij is gelukkig van de andere boot; wij zitten eerste rang. Hoe Iwan het flikt is een raadsel, maar op een plek waar de rivier op z’n breedst is weet hij zijn boot naar de massieve pilaar van een eeuwenoude brug te sturen. De bemanning -zo blijkt later uit de reconstructie- denkt dat de instructeur op het laatste moment zal uitwijken en hecht weinig waarde aan de omineuze woorden van Iwan ('En nu gaan we wat beleven'), maar een fractie later botst de boot op volle snelheid tegen de pilaar. Het ziet er zeer spectaculair uit: de boot die gelijk een botsauto terugkaatst (stroomopwaarts!), de wat sullig ogende bemanningsleden die nog naar voren bewegen waarbij de zwager van stuurman Iwan na de bots pardoes zijn schoonmoeder uit de boot stoot. Zo de ijskoude Oerthe in.
Het duurt even voor ze uit het water kan worden gevist. De bemanning doet precies wat ze op het droge heeft geleerd: drenkeling eerst onderdompelen, daarna in de boot trekken.
Dit riekt naar een moordcomplot van de twee, maar het slachtoffer neemt het sportief op en heeft na afloop alleen last van koude voeten.
Geen tijd ook voor sentimenteel gedoe. Afdrogen, de zelf gesmeerde boterhammetjes eten en hup naar de volgende activiteit: mountainbiken. De Ardennen (we hebben het nog steeds over de echte) zijn geschapen voor deze sport. Op de heuvelachtige bospaden kun je je heerlijk uitleven. Des te vreemder dat we nauwelijks andere fietsers tegenkomen. Wel veel wandelaars: op de jaagpaden langs de rivier, de glooiende frisgroene grashellingen en in Durbuy dat zich heel onbescheiden het kleinste stadje ter wereld noemt. Het ligt wel heel schilderachtig, in een meander van de Ourthe.
Hier nemen we een koffie en een gebak, waarna we een paar steile heuvels bestijgen. We worden beloond met een adrenalineaanmakende afdaling. De remmen doen het gelukkig goed.
Terug op Adventure Hill denk je dan de dag af te sluiten met een biertje en een barbecue, maar hebben die actievelingen van PBN weer iets verzonnen. Vanaf de houten toren is een kabel naar de onderkant van de heuvel gespannen. Of we ons dus even de diepte in storten, hangend in een klimgordel aan een carabiner. Na veertig meter wordt je afgeremd door een instructeur. Het duurt slechts een paar seconden, maar de sensatie is er niet minder om. Tokkelen noemen ze dit bij PBN eufemistisch, maar ik zou het liever de Tarzan-experience willen noemen. Erg verslavend.
Dan eindelijk de welverdiende rust, eten en drank. Maar terwijl het vlees nog op de roosters ligt te sissen zijn enkele rusteloze PBN'ers even verderop alweer met boogschieten begonnen. Een onbevredigende activiteit, vooral als je ervan overtuigd ben dat je nu écht raak zult schieten en toch weet te missen.
En nóg is het niet genoeg voor de instructeurs van PBN, die de afkorting (Promotie Bewegen Nederland) wel heel serieus nemen. De kantine heeft daarna veel weg van een kermis, waarbij de jongelui zich uitleven in kolderieke krachtspelletjes en aantonen dat je veel meer kunt met een tafel dan u en ik dachten; het is bijvoorbeeld uitermate geschikt als klimobject.
Zondagochtend zitten we aan vers brood, al jaren afkomstig van de dezelfde bakker uit het dorpje Bomal. En het mag gerust een wonder heten dat er nog nooit stenen of houtsnippers in zijn aangetroffen, omdat er altijd weer nieuwe instructeurs op uit worden gestuurd om het brood te halen en dan braaf moeten vragen naar madame Moustache, de bakkersvrouw die niet van epileren houdt.
Het is wederom een stralende dag, maar daar zal onze groep de hele ochtend niets van merken. We gaan namelijk de diepe donkere grot van Bohon in; eigendom van PBN zelf. Eenmaal binnen is het alsof je bent verzwolgen door een groot monster. De ingewanden van moeder aarde blijken nog veel natter, glibberiger, nauwer en donkerder dan de paklijst deed vermoeden.
In het schijnsel van onze helmlampen zoeken we tastend onze weg. Aanvankelijk lopen we als een aap, met handen en de voeten tegen de smalle zijwanden geklemd, om geen natte sokken te krijgen. Maar die zijn onvermijdelijk door de spekgladde wanden en de gestaag groeiende modderlaag onder onze schoenen. Als je de kalksteen van heel dichtbij bekijkt, denk je dat PBN op een heuse zilvermijn is gestuit, maar het zijn waterkristallen die zo schitteren in het licht.
Dan worden de lampen uitgedraaid: we zien niets meer en horen alleen nog het druppen van de stalactieten.
Dit is een perfecte opnamelocatie voor een avonturenfilm. Met een achtervolgingsscène op de brug, een houten ladder over het ondergrondse riviertje dat enige meters onder de spekgladde sporten stroomt. PBN was wel zo vriendelijk om bij wijze van trapleuning een stalen kabel boven de ladder te spannen.
Onze gids Wanda vertelt dat je ook zwemmend de grot in kunt, als het water niet al te hoog staat. Misschien een ander weekeinde.
Of we nog wel Het Geboortekanaal in durven. Een spleet zo nauw dat je er alleen zijwaarts in kunt, vervolgens dien je als een plank naar beneden te glijden en dan een stukje tijgeren met het hoofd naar voren. Dat past nooit, denk ik, maar daar glipt Wanda al naar gene zijde. Mijn claustrofobie steekt halverwege de adembenemende worsteling even de kop op. Niet te lang blijven, snel naar het licht aan het einde van het tunneltje. Als ik daar naar adem happend arriveer krijg ik twee vegen modder op mijn wangen. Zo, nu mag ik eindelijk meepraten met moeders aller landen. En kan ik volmondig beamen: geboortes zijn inderdaad niet makkelijk.
Opgelucht weer buiten blijkt in het felle daglicht wat zo’n grot met je garderobe doet: we zien eruit als mestvarkens. Die overdreven paklijst was toch niet zo overdreven.
Tot slot mogen we nog wat klimmen op de eigen wand. Ook hier is een helm verplicht, niet vanwege de vallende stenen, maar de balletjes die vanaf de naburige golfbaan worden geslagen. Die activiteit pak je bij PBN tijdens zo’n ultra-actief weekeinde ook nog even mee op de valreep: golfballen koppen.