De dodelijke schoonheid van Kicking Horse 

 

 

Wie verlangt naar lieflijk glooiende pistes, massale apręs-ski en na afloop een poepbruin wintersporthoofd, moet vooral niet naar Kicking Horse. In dit ontluikende skigebied in de Rocky Mountains kun je nog heel even profiteren van de pioniersgeest en is de wintersport nog ongepolijst, met snijdende sneeuwstormen, uitdagende afdalingen, een dodelijke lawine op een naburige berg, een paaldanseres in de honkytonk en meer sneeuw dan een gewone toerist kan verdragen.

 

Het is zo’n sneeuwbui die je wel eens in matige rampenfilms tegenkomt en waarvan je denkt: ‘Waarom zo overdreven? Dat is toch niet geloofwaardig?’ Ben ik opeens in mijn eigen roadmovie beland, een eenzame autorit van Calgary naar het onherbergzame plaatsje Golden in British Columbia. De sneeuwval is zo hevig dat de meeste verkeersborden gaandeweg onleesbaar worden.

De tocht die volgens de toeristinformatie zo’n twee-en-eenhalf uur duurt, wordt een huiveringwekkende martelgang van zeker vijf uur. Uiteindelijk is er geen mede-weggebruiker meer te bekennen op de oneindige Trans Canadian Highway. Het decor is asgrauw, de gedachten worden dat ook. Bestaat Golden eigenlijk wel? Waarom moest ik weer de goedkoopste auto huren? Had ik twee uur geleden een verkeerde afslag genomen? Misschien ben ik het plaatsje ongemerkt al gepasseerd? De neiging om uit de huurauto te stappen en een verkeersbord schoon te vegen wordt steeds sterker.

Niet eerder was ik zo blij bij het zien van rokende schoorstenen en de deprimerende rij motels langs de snelweg: Golden. Onmiskenbaar. Heelhuids stap ik op het parkeerterrein van de Prestige Inn en zie dat er op het dak van mijn kleine Hyundai een halve meter sneeuw ligt.

Eenmaal veilig, begin je natuurlijk meteen weer te relativeren. Ach, dat zal wel normaal zijn in de Rocky Mountains, denk je dus als laaglander en frequent bezoeker van de Alpen.

De volgende ochtend blijkt het toch niet zo heel gebruikelijk. Naast mijn ontbijtbord ligt de National Post. Die heeft zijn grootste letters gebruikt voor de paginabrede kop op de voorpagina: AVALANCHE KILLS 8 SKIERS. De foto daaronder –die een halve pagina beslaat- toont de gevolgen van de lawine die een dag eerder, hier in de buurt, naar beneden is gestort. De landelijke krant besteedt de eerste vijf pagina’s aan Canada’s grootste natuurramp sinds jaren.

Dit wakkert de lust om te gaan snowboarden niet echt aan. De storm is intussen gaan liggen, maar het zicht is nog slecht, waardoor veel afdalingen vandaag zijn gesloten. De schrik zit er bij sommigen hotelgasten behoorlijk in. Dat is niet nodig. De acht slachtoffers waren skiërs en snowboarders die zich out of bounds, oftewel buiten de pistes begaven; dan loert het lawine-gevaar altijd om de hoek. Wie op de pistes blijft, hoeft niet te vrezen voor een lawine.

Mijn snowhost, Ron van Vught, waagt zich ook niet buiten de gemarkeerde afdalingen. Hij skiet nog niet zo lang.

De snowhost is een mooie service die je in de Alpen niet zult aantreffen. Snowhosts zijn vrijwilligers uit de omgeving die gratis als gids fungeren. In dit uitgestrekte ski-gebied dat zich nog elk seizoen uitbreidt, kun je zo onmogelijk verdwalen. Om 10.00 en 13.00 uur staan zij bij de eerste lift gereed en iedere gast kan zich bij hen aansluiten. Zij zijn niet per defenitie uitmuntende skiërs, maar kennen het gebied wel als hun broekzak, weten veel van de streek en vertellen daar vol enthousiasme over.

Ron doet dat ook nog eens in het Nederlands, voorzien van een fraaie Canadese kwauw. Hij woont hier vanaf zijn negende -alweer een jaar of veertig- en heeft met zijn vrouw een bed&breakfast, prachtig gelegen aan een rivier. ‘’In de winter heb ik daar een schaatsbaantje,’’ zegt hij met een grijns. Het is niet zijn enige Hollandse trekje.

Skiën doet de inmiddels ervaren bergbewoner opmerkelijk genoeg nog maar sinds kort. ‘’Tot een paar jaar geleden waren hier nog nauwelijks pistes,’’ legt Ron uit, ‘’alleen de fanatiekelingen gingen hier skiën en snowboarden. Er was maar één liftje.’’

Dat is bijna niet voor te stellen, als je het huidige skigebied bekijkt. Als het cliché ‘uit de grond stampen’ ergens op zijn plaats is, dan in Kicking Horse mountain resort. In een paar jaar tijd is er een enorm skigebied uit de grond gestampt dat nu al 79 afdalingen telt. Het einde is nog lang niet in zicht.

Kicking Horse verovert Noord-Amerika stormenderhand.

Een klein beetje dankzij het enthousiasme van Ron, maar vooral door die andere Nederlandse inbreng: het bedrijf Ballast Nedam dat het enorme project van 300 miljoen Canadese dollars mag uitvoeren. Kicking Horse is een prestigieus project dat veel aandacht krijgt. ‘’Het is dan ook het eerste skigebied sinds 25 jaar dat wordt geopend. Dat maakt nieuwsgierig,’’ zegt de projectleider Arijan van Vuure.

Het werk verloopt voorspoedig. Wie nog van die pionierssfeer wil profiteren, moet snel zijn: weldra zal Kicking Horse ook een toeristenmekka zijn. Onder aan de hellingen zal een heus dorp verrijzen, dat plaats biedt aan 3.000 gasten.

Niet dat ze daar rouwig om zijn in Golden, het stadje dat zo’n tien kilometer verderop ligt. Het ingeslapen plaatsje profiteert volop van het nieuwe skigebied. 94 procent van de inwoners stemde voor de exploitatie van het veelbelovende ski-gebied.

Honderddertig jaar na de eerste invasie fortuinzoekers, herhaalt de geschiedenis zich. Waren het rond 1870 de gouddelvers, nu zijn het ondernemers en onroerend goed-handelaren die massaal naar dit gebied trekken.

In de Golden Eagle Express, de gondellift die in twaalf minuten 1200 hoogtemeters overbrugt, raakt Ron in gesprek met een imposante man die wel iets wegheeft van James Hetfield, de zanger van Metallica. Terwijl de ijspegels aan zijn druipsnor langzaam ontdooien, praat de man –die een ondernemer én ski-freak blijkt te zijn- honderduit over zijn bezigheden. Ron deelt ondertussen zoute Hollandse dropjes uit. James hoeft niet en klaagt over een mislukt onroerend goed-project. ‘’Ik ga nu wat lappen grond in Golden kopen. Binnen een paar jaar is het echt booming hier. En ik doe het ook voor mijn eigen plezier.’’

Dat geloof ik graag, maar door de slechte weersomstandigheden blijft de schoonheid van dit gebied vandaag in nevelen gehuld. Het voelt wel lekker, die sneeuw, maar het zicht is zo beperkt dat je hoogstens tien meter ver kunt kijken. Gelukkig is Ron in de buurt.

Kicking Horse, ondermeer door Skiing Magazine verkozen tot het beste poedergebied van Amerika, wil zijn veelgeroemde kwaliteiten vandaag niet prijsgegeven: de grote kommen zoals de Bowl Over, de Crystal Bowl en Feuz Bowl met hun ontelbare mogelijkheden. Lange, steile hellingen, over buckels, door bossen, tussen rotsen door. Beginners hebben hier niet zo veel te zoeken: meer dan de helft van de afdalingen is zwart en behoort dus tot de moeilijkste categorie.

En dan de sneeuw hier. Dit is volgens kenners de Champagne Capital of Canada. Met champagne bedoelen ze hier de droogste en lichtste sneeuw die je kunt voorstellen. Daarvan valt hier zo’n zeven meter per jaar. Alle afdalingen liggen op het noordoosten, dus het wordt goed geconserveerd. Zonaanbidders hebben hier weinig te zoeken.

Het schijnt dat mensen voor deze ideale mix helemaal uit Europa komen. Het is echter zo’n dag dat de locals, zelfs de fanatiekste skiër en boarders, de bergen met rust laten.

 

Ietwat teleurgesteld keer ik terug naar de Prestige Inn, aan de Trans Canadian Highway. Met zijn verlaten hotelrestaurant (niet zonder reden, begreep ik na de niet zo prestigieuze maaltijd van gisteravond) .

Dan maar naar het centrum van Golden. Een wandeltocht door de ijskoude avond. Golden is duidelijk nog niet ingesteld op de toeristenstroom. Is ook niet nodig, want het stadje is desolaat. Café’s en restaurants zijn gesloten of leeg. De maag begint na de lange wandeling echter dermate te protesteren dat een van die restaurants een serieuze optie wordt. Net op tijd doemt The Kicking Horse Grill op, een charmante blokhut aan de rand van het dorp.

Er zijn zowaar tafeltjes bezet. Een goed teken. Misschien wordt het toch nog een mooie dag.

Het is hier smaakvol ingericht en door een architectonische ingreep kunnen de klanten de kok aan het werk zien. Misschien dat hij zich daarom extra uitslooft. Maar, het moet gezegd: de steak met diverse knapperige groenten is verrukkelijk.

De bedrijfleider van het restaurant neemt de complimenten hartelijk in ontvangst. Zijn naam klinkt ook niet heel erg Canadees. ‘’Martijn Duijts, aangenaam.’’ De dertiger uit Utrecht vertelt hoe hij hier is verzeild geraakt. ‘’Mijn neef Chris was hier al eerder naartoe gegaan, omdat hij zoveel kansen zag. Eind 1999 beldde hij me op: ‘ga de ambassade maar bellen; we gaan emigreren.’’

‘’Ik stond niet meteen te springen. Canada was eigenlijk wel het laatste land waar ik naartoe wilde. Het was ook wel primitief hoor in het begin. Onze vaatwasmachine was stuk in de zomer en het duurde vijf weken voordat die kon worden gerepareerd. Dat is geen grap als je honderd klanten op een dag krijgt. Stonden we alles ’s nachts met de hand af te wassen.’’

Maar hij is helemaal om. ‘’Het is hier schitterend. Chris is bedrijfleider van een andere tent. Je hebt zoveel vrijheid als ondernemer. Ik wil nooit meer terug. En over een paar jaar, als de toeristenstroom echt op gang komt, lachen we ons slap. Als je nog even blijft zitten, laat ik je straks het nachtleven van Golden zien.’’

Het is een dinsdagavond in het laagseizoen, dus verwacht er niet te veel van, waarschuwt Martijn vooraf. Het lege parkeerterrein bij de eerste kroeg belooft weinig goeds. Twee grote pick up-trucks staan gebroederlijk naast elkaar, met stationair brommende motoren. Drie mannen aan de bar verdwijnen bijna in het niet in de enorme lege zaal. Duijts maakt een praatje –hij kent iedereen in Golden- en vertrekt weer.

Achteloos passeert hij de twee brommende auto’s. ‘’Joh, dat is heel gewoon hier. Doe ik ook wel eens. Sommigen zetten ‘m een hele avond zo neer. Als ze dan naar huis gaan is de motor lekker warm en de cabine ook.’’

In de Roadhouse Tavern, een honky tonk met pooltafel en podium, is het opvallend druk. Waarom, blijkt rond middernacht als het podium wordt bestegen. Het is een gemęleerd gezelschap van truckchauffeurs en snowboard-bums, de meestal armlastige jongeren die hebben gespaard om een hele winter te kunnen snowboarden.

Het nieuws van de lawine heeft er behoorlijk ingehakt bij de jonge boarders die juist voor de off piste-mogelijkheden naar Kicking Horse zijn gekomen. Een van de slachtoffers is namelijk Craig Kelly, meervoudig wereldkampioen freestyle, snowboard-icoon en de ongekroonde koning van het backcountry-boarden (in de vrije natuur). Zijn dood stemt de boarders droef en bescheiden. Als zelfs zo’n grootheid zoiets kan overkomen.

Maar het zal niemand ervan weerhouden buiten de pistes te gaan. De lokroep van de champagne-powder is groter dan de angst voor de lawine.

De pijn wordt deze nacht verzacht door Dream, een lenig meisje dat de kroeg in vuur en vlam zet. Haar paaldansact is dan ook overdonderend. Wars van sterallures gaat ze na haar optreden gewoon weer aan de bar zitten. Afgeschminkt en wel, tussen haar toeschouwers.

Het opgetogen gevoel verdwijnt de volgende ochtend direct, na een blik door het raam. Het sneeuwt nog steeds hevig als ik twee liftende snowbums oppik. Een Australiër en een baarddrager uit Winnipeg. Het is hun eerste winter in Golden. ‘’Een vriend van mij was hier vorig jaar geweest,’’ zegt de baardman. ‘’Hij bleef maar aan mijn kop zeuren hoe fantastisch het hier was en dat ie deze winter weer ging. We zouden samen gaan, maar hij moest op het laatste moment afzeggen. Hij heeft wat problemen omdat ie in een onbesuisde bui een bierflesje gooide dat op het hoofd van een politieagent kwam.’’

Hij vindt het vooral sneu voor zijn vriend; alleen vermaakt hij zich hier echter ook uitstekend.

Dat het onophoudelijk blijft sneeuwen juichen de twee juist toe. Dat zijn toch ook alleen maar problemen voor toeristen als ondergetekende die vanmiddag alweer terug moet over de eenzame snelweg naar Calgary. En straks thuis zit en kniest over gemiste afdalingen, terwijl de twee lifters verse sporen trekken in de champagne-poeder.