Columns uit de Volkskant, tevens de bouwstenen van het boek

Toelichting: bij diverse mensen leeft het -voor mij en de uitgever vrij vervelende- misverstand dat het boek een bundeling van de columns uit de Volkskrant is. Als ik dezelfde status zou hebben als Martin Bril, Mart Smeets, Joost Zwagerman of Youp van het Hek, dan was het daar misschien wel op uit gedraaid.

Ik heb mij echter nog een belachelijke hoeveelheid maanden na dat seizoen 2004-2005 het schompes geschreven, mijzelf en mijn vriendin tot wanhoop gedreven, hoorde steeds vaker een irritant stemmetje in mijn hoofd ("Doe niet zo moeilijk, sukkel! Bundel gewoon die krantenstukjes."), bracht mijn uitgeefster diverse malen en met een oplopende hoeveelheid schaamrood op de hoogte van Nieuw Uitstel, nam mijzelf voor om nooit meer een boek te gaan schrijven en heb uiteindelijk ver na de oorspronkelijke deadline dat verdomde manuscript van dat kloteboek ingeleverd. Met een voldaan gevoel, dat wel.

Hieronder staan alvast enkele columns (er volgen er meer), maar uiteindelijk doet u er verstandiger aan gewoon het boek te kopen.

 

Nieuwe afspraken

Bassey is al weken niet meer gesignaleerd op de club. Het laatste wat we van deze stoere Nigeriaanse verdediger hebben vernomen, was zijn woede-uitbarsting op de parkeerplaats. Toen hij op een zondagochtend –weliswaar iets later dan afgesproken- bij Chabab arriveerde en tot zijn verbijstering ontdekte dat zijn wedstrijd was afgelast. ‘Kunnen jullie me niet bellen? Wat is dit voor een club!’ riep hij kwaad.

 

De trainer probeerde hem aan zijn verstand te brengen dat hij niet alle spelers gaat bellen; dat moet de speler toch echt zelf doen. De uitleg was vergeefs. ‘Dit is mijn laatste dag bij deze club,’ zei Bassey, waarna hij woedend het parkeerterrein afbeende. De trainer haalde zijn schouders op.

 

Met de komst van trainer Najib Hader is er veel veranderd bij Chabab. Hij houdt er simpele, maar duidelijke regels op na. Regels die bij alle Amsterdamse clubs golden waar hij ooit zelf speelde. Wie te laat op een training komt, moet rondjes lopen. Kom je op zondag te laat, dan betaal je € 10,- boete en sta je wissel. Op de training van vrijdag deelde hij mee dat het boetebedrag zelfs was verdubbeld. Alleen Billy, de sierlijke Sierraleonees, sputterde wat tegen. ‘Ah coach, zullen we het gewoon op tien euro houden?’

 

Voor de meeste spelers is dat geen probleem. Ze zijn in Nederland opgegroeid en allang gewend aan de hier heersende stiptheidscultuur.

 

Alleen de spelers die nog maar kort in Nederland wonen, moeten erg wennen aan de nieuwe regels. ‘We zullen ons moeten aanpassen aan “de dutch systeem”,’ zucht Billy, een belangrijke kracht van het eerste. ‘Vorig jaar kwamen we soms tien minuten voor de wedstrijd begon. Dat werd geaccepteerd. Nu moet ik telkens mijn alarmklok zetten als ik moet trainen of spelen. Soms ben je met iets anders bezig en dan vergeet je gewoon de tijd. Dat is de Afrikaanse manier van leven.’

 

Maar die zoete dagen zijn verleden tijd. Wedstrijdsecretaris Habib juicht het ook toe. Met afgrijzen vertelt hij over het ontbijt dat hij vorig jaar voor het eerste had geregeld. ‘Om 10.00 uur stond alles gereed, pas om een uur of elf kwamen de eerste spelers eindelijk binnen.’

 

Al had hij dat ook wel gevreesd. Bij de vorige trainer was elke training een zoete inval en kwamen de spelers ver na de aanvangstijd (19.30 uur) nog aangedribbeld. En de beste spelers hoefden nooit te vrezen voor hun basisplaats. Het was een cultuur waarin vooral de midden-Afrikanen uitstekend gedijden. Kenneth, de kleine goedlachse Nigeriaan, dacht dat die 19.30 uur het tijdstip was waarop je de kleedkamer betreedt.

 

Het is een markant stel, de groep midden-Afrikanen. Al spreken ze bij Chabab altijd over ‘die Afrikanen’ of ‘onze Afrikaanse

vrienden’. Het is altijd weer een fraai gezicht als zij nonchalant op hun slippers komen aangesloft van de bushalte. In de ene hand een voetbalschoentasje, in de andere meestal de gsm.

 

Eenmaal in het veld veranderen deze ontspannen mannen in superatletische en bikkelharde voetballers, die je liever in je team hebt dan als tegenstander. Zij zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de sportieve opmars van Chabab.

 

Maar goed spelen op zondag vindt de nieuwe trainer niet genoeg. ‘Een goede speler heeft ook karakter en komt gewoon op tijd.’

Ze leren het gelukkig snel, constateert Hader. Kijk maar naar Billy: zondag deed zijn wekker het naar behoren en had hij weer geen boete. Al is de overgang voor sommigen te abrupt geweest, denkt Billy. Onlangs sprak hij nog met Bassey. ‘Tsja, hij komt niet meer, denk ik…Bassey heeft te veel moeite met het Nederlandse systeem.’

(gepubliceerd op 28 september 2004)

 

 

Bestuurslid

Zo kan het gebeuren dat ik mijzelf op een maandagmiddag terugvind in het magnifieke kantoor van Stadsdeel Slotervaart, als heus bestuurslid van een Marokkaanse voetbalclub. Aan tafel met de sportwethouder en sportcoördinator.

 

Gelukkig ben ik niet alleen; de afvaardiging van Chabab is vier man sterk: de kreupele wedstrijdsecretaris Habib (het hartverwarmende hart van de club), Abbas (de breedgeschouderde jeugdcoördinator met het hart op de tong), Hassan (de rijzige, vooruitstrevende en breedsprakige vice-voorzitter die het woord voert) en ik (de kaaskop van Chabab, de knuffel-autochtoon).

 

We zijn hier met zo’n aanzienlijke bestuurs-afvaardiging om te praten over de penibele situatie waarin Chabab al tijden verkeert. De accommodatie is verwaarloosd: de kleedruimte is te klein, het douchewater al na vijf minuten ijskoud en de velden zijn volgens sommige leden ‘de slechtste van Nederland.’ Ze zitten er niet ver naast: welke club kan dit prille seizoen al zeggen dat er twee wedstrijden zijn afgelast? De situatie is extra schrijnend omdat naast Chabab de uitmuntende accommodatie van de voormalige hoofdklasser KBV ligt. Leeg en ongebruikt. In afwachting van het nieuwe bestemmingsplan.

 

De tijdelijke oplossing is simpel, vinden wij. Chabab maakt voorlopig gebruik van het KBV-complex totdat de nieuwe bestemming bekend wordt. Wij –van de Chabab-delegatie- vinden dat we sterk staan. En ik heb het gevoel dat de andere bestuursleden mijn aanwezigheid op prijs stellen. Alsof ik in een nieuw team speel.

 

Natuurlijk was ik nooit van plan om bestuurslid te worden. Ik kwam hier om in het eerste te spelen, desnoods in het tweede. Bij Chabab zou mijn nooit echt ontloken voetbalcarrière -die roemloos leek te stranden in de vierde klasse zaterdag- alsnog een prachtig slot krijgen. Met mijn Hollandse inbreng droomde ik mijzelf als het ontbrekende puzzelstukje van de ambitieuze tweedeklasser. Tot zover de droom.

 

Tot op heden heb ik welgeteld één helft in het gele shirt gespeeld. In augustus, tijdens een oefenwedstrijd. Met het tweede. Sindsdien sta ik met een rugblessure langs de kant.

 

Omdat ik echter trouw elke training en wedstrijd ben blijven bezoeken en er bij Chabab aan bijna alles behoefte is, wist de vice-voorzitter mij heel geraffineerd voor zijn karretje te spannen.

 

Het ging die bewuste vrijdagavond bijna ongemerkt: dacht ik aanvankelijk als bijzondere verslaggever de besloten bestuursvergadering te volgen. Stil in een hoekje, met mijn notitieblok. Werd ik na een uur verhit vergaderen door vice-voorzitter Hassan plompverloren tot een van hen verklaard: ‘Oh Igor, jij schrijft de notulen hè?’ Mijn halfslachtige excuus dat ik niet ‘álles’ had genoteerd (vooral de gesprekken in het Arabisch), werd mij niet kwalijk genomen. We hebben nu tenminste iemand die iets opschrijft. ‘Ach,’ bedacht ik mij, ‘op zich geen onwerkbare combinatie: notulist-verslaggever.’

 

En zo ben ik geruisloos veranderd van een voetballer in een bestuurslid. De gedaanteverwisseling is nu al zo vergevorderd dat ik met meer aarzeling de kleedkamer dan de bestuurskamer betreed. Bovendien: de twijfels over mijn vermeende voetbalkwaliteiten nemen ook toe bij de spelers. Die ene helft tegen DCG 2 heeft blijkbaar geen onuitwisbare indruk achtergelaten. Afgezien van mijn mislukte terugspeelbal die genadeloos door DCG werd afgestraft.

 

Voorlopig moet ik mij maar verdienstelijk maken in de bestuurskamer. Of, zoals gistermiddag op het stadsdeelkantoor. Al waande ik mij gaandeweg vooral een brandblusser tussen de drie Marokkaanse bestuursleden die steeds emotioneler werden en de beduchte ambtenaren.

Abbas, Hassan en Habib vonden de eerste toezegging (wél de velden en kleedkamers, niet de kantine) teleurstellend, ik ervoer het als een kleine zege. Na een lange blessure ben je eenmaal sneller tevreden.

(gepubliceerd op 12 oktober 2004)

 

 

Cultuurverschil

Ze hadden zich op een rustiger voetbalmiddag verheugd, de bedaarde toeschouwers van het Nieuwegeinse VSV Vreeswijk. Vanmorgen zijn ze naar de kerk geweest en nu zitten ze weer voldaan op hun vaste zetel in de nieuwe tribune, die een maand geleden nog feestelijk werd geopend.

 

Maar al snel na het beginsignaal verlaten enkelen geërgerd de stoel die zij voor vijf jaar hebben gereserveerd. Het kabaal van de Chabab-aanhang is hen te gortig. Dan nog liever in de regen staan.

Veel meer dan vijftien zijn het er niet -overwegend mannen van middelbare leeftijd-, maar door hun nadrukkelijke aanwezigheid lijkt het alsof Chabab een thuiswedstrijd speelt.

 

Je zou het een botsing van culturen kunnen noemen, deze zondag in Nieuwegein. Alles waar deze plaats en club voor staat, geldt niet voor Chabab.

Daar kunnen zelfs Marco Borsato en Ali B niets aan veranderen. Het is een aandoenlijke handreiking: uit de krakende boxen klinkt hun hit ‘Wat zou je doen.’

Plezier maken, luidt het ondubbelzinnige antwoord van de luidruchtige Chabab-aanhang.

’s Ochtends met een vroom gezicht naar de moskee gaan, betekent niet dat je ’s middags op de voetbalclub ook rustig moet zijn. Kijk naar meneer Barrema, doorgaans een bedeesde man en zie hem na een doelpunt als een volleerde buikdanseres met zijn heupen draaien.

Ook het roepen van onzinnige dingen zoals ‘tatatatata!!!’ en ‘héhéheé!!!’- is een Marokkaanse supportersgewoonte. Meestal gevolgd door een massale lach die het veld op rolt en spelers soms doet grijnzen. Zelfs actuele kwesties, zoals de ramadan, zijn een inspiratie voor holle kreten. ‘Eten! Eten!,’ roept El Hachmi, de schrielste en fanatiekste supporter van Chabab.

Zijn geschreeuw kan intimiderend overkomen.

Dat wordt nog eens versterkt door de farynx: het deel van de keel dat Nederlanders niet gebruiken voor het uitspreken van hun taal, maar voor Marokkanen essentieel is. De farynx zorgt voor die typische schurende keelklanken.

Bij Mous, die het fanatisme van El Hachmi benadert, is de farynx extreem goed ontwikkeld. Om doe-het-zelvers- een indruk te geven van ’s mans stemband: schuurpapier nummer 80. De lach van Mous is daarentegen zeer hoog, meer een soort gil. Hij klinkt veel en langdurig, deze middag.

In Nieuwegein zijn ze er minder van gecharmeerd. Ook de keurige gastvrouw van Vreeswijk verlaat zeer ontstemd haar vaste plek. Terwijl ze langsloopt, wijst ze op haar voorhoofd. De Chabab-aanhang giert het uit van de pret.

‘Ik houd er niet van,’ zegt zij tijdens de rust in de bestuurskamer. Ze zijn bij Vreeswijk dan ook Mounir gewend, de rustige Marokkaan die hier jarenlang speelde en nog steeds om de hoek woont. En nu speelt hij nota bene bij Chabab, in het tweede. ‘Oh, hij is zo’n aardige, rustige jongen,’ zegt de gastvrouw.

Mounir zit tijdens de wedstrijd enigszins bedeesd tussen de twee groepen in. Al zijn er ook Chabab-aanhangers die het kabaal openlijk verafschuwen. ‘Stelletje gekken,’ zegt een man met een wit mutsje. ‘Je moet een beetje respect hebben.’

Maar ja, hoe gaat zoiets: een paar grote monden trekken de aandacht en zuigen anderen mee.

Chabab wint met 2-1 en El Hachmi doet nog één keer het geluid van een soort mitrailleur na. Hij schreeuwt ‘tatatatata!!!’, en de rest roept ‘hoooo!!!’ Daarna keert de rust snel weerom in Nieuwegein. Met een biertje in de hand kijken de Vreeswijkers vanuit de kantine meewarig naar de Chabab-aanhang die zonder consumptie direct huiswaarts keert.

(gepubliceerd op 26 oktober 2004)