Wallis: ook leuk voor niet-bejaarden
Alle ingrediënten voor een niet al te opwindende wintersportvakantie in het Zwitserse Wallis waren aanwezig. Sleerijden, langlaufen, skiën in een familiegebied, sneeuwschoenwandelen en een bezoek aan de geboorte- en laatste rustplaats van hotelkoning Caesar Ritz. Wat kwamen we bedrogen uit. Ofwel: hoe een paar vastgeroeste vooroordelen als sneeuw voor de zon verdwenen.
“Es ist ungefährlich,” had de gids nog geruststellend gezegd, toen wij een mijnwerkerslamp op onze muts zetten en ieder zich op een houten sleetje nestelde voor een rustige afdaling. Wij, dat is een Belgisch-Nederlands reisgezelschapje dat voor vandaag onwetend was van elkaars bestaan. Daar gaan we, over het flauwe bergpad, op weg naar ons traditionele avondmaal in het gehuchtje Betten.
Leuke activiteit voor de hele familie. Lekker toeren door de slussende sneeuw. Al is het wel donker, en waag je je niet te dicht bij die afgrond aan de linkerzijde. De slee blijkt ook steeds sneller te gaan. (Achteraf beschouwd is dat natuurlijk heel logisch, maar als je erop zit is het een sensatie) En verrek, je kunt zelfs zonder te remmen door de bocht!
Kortom: volwassene wordt op slee weer een kind en giert het uit van plezier.
Totdat er, voor mij op het donkere pad, opeens een slee op zijn kant ligt. Ik kijk om mij heen, maar de bestuurder –Pascal, een sympathieke Belgische fotograaf die verbazingwekkend veel op Urbanes lijkt- is nergens te bekennen. Hij moet links de afgrond in zijn geslingerd. Het is pikkedonker, ijskoud en stil. Vanuit de verte komen de anderen (de verstandigen) aangegleden.
We kenden deze vriendelijke Belg nog nauwelijks, maar het is toch schokkend als iemand voor je ogen…
Daar steekt Pascal zijn olijke hoofd boven de rand uit. Urbanes had het niet komischer kunnen doen. Met sneeuw in de baard en zijn pretogen die door de beslagen brillenglazen prikken. Pascal heeft mazzel dat hij op een veilige plek de controle verloor en van de weliswaar steile helling was gekukeld, maar al vijf meter lager in de zachte sneeuw terecht is gekomen. De opluchting is groot. Al zullen wij ook gaandeweg ontdekken dat het een hobby van Pascal is om in de sneeuw te duiken. En dat hij het liefst vrouwelijke naakten vereeuwigt (in zwart-wit)
Ietwat beduusd en aanmerkelijk voorzichtiger vervolgen wij onze weg. We hebben in ieder geval iets om over te praten bij de Walliser Käseschnitte. Onze gezichten gloeien na van het opgespatte sneeuw en onze drijfnatte jassen veroorzaken een plas onder de kapstok.
We zijn in het Goms in het kanton Wallis. Hier kom je voor rustig vermaak.
Onze eerste nacht slapen wij in het autoloze Riederalp (een van de drie dorpjes van het Aletchplateau). Nadeel is wel dat als je door de gondellift bent afgeleverd je nog een eind met je koffer moet zeulen. De wieltjes zijn volstrekt waardeloos in de rulle sneeuw. Maar de rust is weldadig en de oude houten huizen zorgen voor een romantische sfeer. Je komt hier niet voor het heftige nachtleven. Een disco is er niet op het Aletchplateau.
Je komt hier ook niet als je superfanatieke pistekilometervreter bent of een snowboarder die graag rondtoert. Het skigebied is bescheiden en door de vele diepe kommen niet zo geschikt voor snowboarders (je moet vaak uit de bindingen). Het is wel een uitermate geschikte bestemming voor de familie. En de sneeuwcondities op het Alechtschplateau zijn meestal goed, omdat nagenoeg alle pistes boven de 2000 meter liggen.
Maar door de mist en sneeuwval is een aantal pistes helaas gesloten of zie je tijdens de afdaling geen hand voor ogen en ben je blij dat je weer heelhuids beneden arriveert.
Gelukkig breekt juist een schamele zon door de wolken als wij op de gure en winderige Eggishorn (2869 meter) staan. Meteen is duidelijk waarom deze gletsjer de Grosser Aletschgletchser heet, deze langste ijsstroom (24 km) van de Alpen. Het is net een brede autoweg van ijs.
Bij gebrek aan sneeuwplezier is het makkelijk vluchten naar Villa Cassel, een imposante Victoriaanse villa, pal naast de Riederfurka-afdaling. Het huis dat tussen 1900 en 1902 werd gebouwd, doet sinds 1976 dienst als natuur educatiecentrum. Zie je ook eens het Alpenleven waar je doorgaans met een noodgang aan voorbij skiet. Het is een must voor elke wintersporter hier eens een kijkje te nemen.
De volgende dag verlaten het alpineskiën, dat kennen we wel. In Goms is zo veel meer te doen dan dit doorsnee wintervermaak. Met de kabelbaan gaan we de volgende ochtend terug naar het dal, maar het waait zo hard dat we extra ballast meekrijgen: hierdoor slingeren de cabines niet zo. Uit het raampje zien we een gems die achteloos op de richel van een steile bergwand staat. (Toegegeven, daar kan geen educatievideo in Villa Cassel tegenop).
Met de Matterhorn-Gotthard-Bahn verplaatsen we ons naar het eenvoudige dorpje Niederwald, de geboorte- en laatste rustplaats van Ceasar Ritz, ‘de koning onder de hoteliers en de hotelier van de koningen’. De nieuwe hotelstandaard die hij neerzette in Parijs (het Ritz-hotel) en Londen (Carlton), is in het nietige Niederwald nergens te ontwaren. Het contrast had niet groter kunnen zijn. Dit gehucht –gelegen op een koude noordhelling- is nauwelijks veranderd sinds Ritz er ruim 150 jaar geleden ter wereld kwam.
We krijgen een geanimeerde rondleiding van het vederlichte baasje Heinrich Mutter, die is geboren in 1918, het sterfjaar van Ritz. Mutter woont al zijn hele leven in Niederwald en met zijn handen in zijn zakken bestijgt hij de steile gladde straten alsof hij een gems is. Terwijl wij bibberen in onze gewatteerde jassen, doet Mutter in zijn dunne jackje of het voorjaar is.
Lopend door de straten waan je je in een openluchtmuseum, omringd door houten huizen (sommigen al ruim vierhonderd jaar oud) die zijn gebouwd op palen die worden onderbroken door enorme stenen plakken. Dat is tegen de muizen, die konden zo niet omhoog klimmen en de oogst opeten, legt Mutter ons uit.
Het bescheiden familiegraf van Ritz kunnen we helaas niet bezoeken omdat er twee meter sneeuw op ligt. Ritz ligt in de winter geen 6 feet under, maar ruim 12.
De hotelier komt tot leven dankzij onze gids. Tijdens de eenvoudige lunch in het enige eethuis van Niederwald praat Mutter zonder onderbreking en zonder een hap te nemen. Over hoe Ritz als 15-jarige knaap het straatarme dorpje ontvluchtte en zich in korte tijd zou opwerken tot de beroemdste hotelier aller tijden.
Mutter was als jonge gemeenteschrijver in 1950 eens zes dagen met een delegatie te gast in het Parijse Ritz. Op uitnodiging van de weduwe van Ritz. “Het was geweldig. Gouden kranen, drie knoppen waar je maar op hoefde te drukken of er verscheen een kamermeisje, garçon of coiffeur aan de deur. Wat een luxe, maar ik was ook heel blij om weer hier terug te zijn.”
Mutter zag dat geld en luxe ook niet alles is. Terwijl de beroemde hotelier Ritz al vroeg was opgebrand en na een zestienjarig ziekbed op 68-jarige leeftijd stierf, oogt de stokoude Muttter kerngezond. En tevreden.
We pakken weer de vertrouwde Matterhorn-Gotthard-Bahn, de trein die de kleinste dorpjes van het Goms aandoet. Op het perron staan her en der langlaufers in strakke broeken te koukleumen. We zijn blij dat we de bescheiden sneeuwstorm die op het station woedt kunnen verlaten.
Een half uur later stappen we uit in Obergesteln.
Hier gaan we langlaufen. Het Goms is een van de voornaamste langlaufcentra van Zwitserland. Ruim honderd kilometer geprepareerde loipes. In Obergesteln worden wij verwelkomd door niemand minder dan Koni Hallenbarter. Een naam die in Nederland evenveel losmaakt als die van Evert van Benthum in Zwitserland. Maar deze nog verbazend fitte 50-jarige won onder andere in 1983 de Vasaloppet, de belangrijkste langlaufwedstrijd die er is. Bij een van de opstapplaatsen van het bescheiden langlaufparadijs aan de voet van de Rhônegletsjer heeft hij een sportwinkel.
Voordat hij ons onderwerpt aan een intensieve langlaufinstructie, bezoeken wij zijn riante bungalow en krijgen we een rondleiding in zijn grote kantoor annex pronkzaal. Het is lastig zijn uitgebreide verhaal te volgen omdat je zo wordt afgeleid door het interieur. De onvoorstelbare hoeveelheid bekers en medailles die Koni tijdens zijn ongetwijfeld lange loopbaan heeft gewonnen, glimmen je vanuit vele vitrines tegemoet.
Als even later ook nog zijn oogverblindend blonde echtgenote haar entree maakt, is het succesverhaal compleet. Koni zou het niet slecht doen in een Zwitserse aflevering van MTV Cribs.
Maar Koni is ook een geharde (ex-)atleet die dit succes alleen maar kon bereiken door elke dag te gaan trainen. Ook in barre weersomstandigheden als vandaag.
Het is ijskoud op de winderige vlakte van Goms. Maar door zijn intensieve en liefdevolle training (Koni houdt écht van langlaufen) krijgen we het al snel warm.
En hij heeft ons zo enthousiast gemaakt dat we in een vlaag van hoogmoedswaanzin een onderling wedstrijdje houden. Naar die bomenrij, halverwege de open vlakte en terug. De bomen staan veel verder dan ik dacht en door de straffe tegenwind op de terugweg kom je nauwelijks vooruit.
Met roodaangelopen gezichten en bezwete T-shirts, maar toch zeer voldaan nemen we afscheid van Koni.
Als we naar het station lopen, in een Siberisch decor, kan Pascal zich niet inhouden en duikt hij met zijn gezicht naar voren in de diepe sneeuw.
Het bijzondere van dit langlaufgebied is dat het twaalf dorpen met elkaar verbindt, allen met een treinstation. Wie dus moe wordt, kan de trein pakken en toch thuiskomen.
Al kan het ook andersom. Kort na ons vertrek uit Obergesteln krijgt de trein kuren. Het duurt zo lang dat er zelfs langlaufers uitstappen en de ski’s weer onderbinden. In de schemering vervolgen zij de loipe.
Eenmaal aan tafel in Ernen, waar wij een heus Ritz-menu krijgen voorgeschoteld, is het minieme leed heel snel vergeten. Ernen heeft ’s winters weinig te bieden en is vooral in de zomer een geliefd toeristenoord vanwege de vele muziekuitvoeringen. Het restaurant heeft echter een bierkelder waar we een paar Belgische pinten drinken met onze nieuwe Belgische vrienden.
Nog niet wetende welke aangename uitsmijter ons morgen te wachten staat.
Als ik de gordijnen opentrek sta ik oog in oog met een strakblauwe lucht. Bij elke rechtgeaarde wintersporter gaat er een tinteling door het lijf. Zon na dagenlange sneeuwval: mooier kan het niet.
Normaal zou ik mij met snowboard in de diepe sneeuw storten. Maar vandaag gaan we sneeuwschoenwandelen. Dat klinkt als een anticlimax. Alsof je denkt € 10.000 te hebben gewonnen, maar bij nadere bestudering van het lot toch niet het winnende nummer blijkt te hebben.
Die anticlimax valt reuze mee. In het gelid staan de sneeuwschoenen al op ons te wachten: een soort langwerpige onderzetters van hard plastic, beslagen met ijzeren punten-voor extra grip die je onder je schoenen bindt. Met deze lompe, maar onmisbare sneeuwschoenen kunnen we door de diepste sneeuw banjeren.
Het is alsof je in het bergdorpje Bellwald door een sprookje wandelt: enorme pakken verse sneeuw die de eeuwenoude larikshouten huisjes doen kraken in hun voegen. Dit is zo’n dag dat de plaatselijke fotografen erop uit trekken om wervende foto’s te maken voor de vakantiefolder. We baggeren op onze sneeuwschoenen door de diepe sneeuw langs de piste en ik benijd de snowboarders die voorbij schieten niet eens. Misschien begin ik nu echt oud te worden. Of ben ik gewoon aan het genieten?