Hieronder staat de dankrede van Igor Wijnker, die om inmiddels bekende redenen niet kon worden uitgesproken.

 

Dankrede Tom Bouws prijs

 

Ik heb veel stoute dromen; genomineerd worden voor de Tom Bouwsprijs behoorde daar niet toe. Wellicht dat ik nu ga vloeken in de kerk, als ik u vertel dat ik tot het telefoontje van Nikoline van der Werf van het Belgisch Verkeersbureau Wallonië-Brussel onwetend was van het bestaan van Tom Bouws.

 

Welnu geachte Tom Bouws, ik heb u gegoogled en begrijp dat u zeer actief bent geweest in de reisjournalistiek. Al kwam ik alleen maar boektitels tegen en geen enkel biografisch gegeven. U was waarschijnlijk een bescheiden mens, maar de pr had beter gekund: of u bijvoorbeeld een Belg of Nederlander was, een bril droeg: daar hoop ik vandaag uitsluitsel over te krijgen.

 

Misschien dat deze omissie kan worden goedgemaakt en Tom Bouws ook op het wereldwijde web voortleeft en niet alleen in het reisjournaille.

 

Hoe dan ook, Tom Bouws: ik zal u nooit meer vergeten. Sterker: ik ga uw naam de komende tijd rondbazuinen. En ook mijn kleinkinderen zal ik vertellen over die ene prijs die ik gedurende mijn lange journalistieke loopbaan won, wie die meneer Bouws precies was. Ik sluit zelfs niet uit dat ik tweedehands boeken van u ga aanschaffen en cadeau doen aan vrienden.

 

Of het nodig is, zo’n prijs, dat is een ander verhaal.

Ik bedoel: je krijgt een gratis vakantie, je eet in de beste restaurants, slaapt in hotels met meer sterren dan ik mij in mijn vrije tijd kan veroorloven, je mag voordringen bij de skilift, je krijgt een heerlijke wollen muts of een rugzak cadeau, maakt wat foto’s van schitterende panorama’s en schrijft er een verhaal over. Dat vreemd genoeg -ik spreek hier overigens over mijn krant- rianter wordt gehonoreerd dan elk ander krantenstuk van vergelijkbare lengte.

 

Misschien ga ik daarvoor niet vaak genoeg mee, maar nog steeds beschouw ik zo’n persreis niet als werk.

En dan kun je er dus godbetert nog een prijs voor krijgen ook.

 

De waarheid is echter dat ik deze reis aanvankelijk zelf moest betalen.

[hier een pauze inlassen om de aanwezigen te laten bekomen van de schrik]

 

Ja, daar schrikt u van, hè?

Is het daardoor een minder corrupt, dus beter en dus een prijswinnend verhaal geworden?

Nee.

Eigenlijk was ik helemaal niet zo tevreden over het verhaal. Waarmee ik niet wil aandringen op een heroverweging van de jury. Hoewel ik de andere stukken nog niet heb gelezen vind ik dat de jury een uitstekende keuze heeft gemaakt.

 

Reisjournalistiek, of moet ik zeggen toeristische journalistiek is een bijzonder fenomeen. Het is informatief, verpozend, licht verteerbaar. Er hoeven doorgaans geen misstanden aan de kaak te worden gesteld. De lezer wil meegevoerd worden naar die plek (naar onze toeristische bestemming, zeggen de pr-mensen).

Hoewel sommige kwaliteitskranten er anders over denken en uitsluitend op eigen kosten op pad gaan, kun je als reisjournalist volgens mij best een interessant en onafhankelijk stuk schrijven terwijl je voeten worden gemasseerd door een prachtige jonge vrouw, haar eeneiige tweelingzus de schouderpartij voor haar rekening neemt en hun nog mooiere zus pitloze druiven toedient.

 

Wat ik eigenlijk wil zeggen, tegen de hier aanwezige reisorganisatoren: nodig me vooral eens uit voor zo’n geheel verzorgde persreis. Maar als de druiven zuur zijn, dan zal ik dat wel opschrijven.

 

Ik heb ook nog een verzoek: geef de journalist ook een beetje vrijheid. Ik ken uw persreizen niet, maar ik ben wel eens mee geweest naar een Alpenland waar het programma tot op de minuut was vastgelegd.

 

Tegen de collega’s zou ik willen zeggen: houd oren en ogen open en neem niet te vaak genoegen met een gewoon verhaal. Werp die drie mooie zussen van u af en ga ook eens op eigen houtje de omgeving verkennen.

 

Maar vooral: schrijf lovende verhalen over België. En wie weet staat u ook nog eens op deze plek met een cheque van € 2500,-